ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1308
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over burenrecht en verwijdering coniferen binnen twee meter erfgrens
Partijen zijn buren met tuinen grenzend aan elkaar. In de tuin van geïntimeerden stonden Leylandi-coniferen binnen twee meter van de erfgrens. Appellanten hebben in 2006 de wortels van deze coniferen doorgezaagd, waarna de bomen omvielen en schade veroorzaakten.
De rechtbank oordeelde dat appellanten onrechtmatig handelden en kende een schadevergoeding toe van €5.365,-. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel en wees een hogere schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof wees ook een vordering tot immateriële schade af.
Verder werd appellanten veroordeeld om binnen vier weken een houten schutting op de erfgrens te plaatsen, met een dwangsom bij niet-naleving. Het hof oordeelde dat de nieuw geplante coniferen en andere struiken binnen de toegestane hoogtes en afstanden moeten worden gehouden conform artikel 5:42 BW Pro.
De vorderingen tot het snoeien van struiken en heesters binnen een halve meter van de erfgrens werden toegewezen, omdat geïntimeerden onvoldoende bewijs leverden voor een door verjaring verkregen erfdienstbaarheid. De proceskosten werden verdeeld waarbij geïntimeerden grotendeels in het ongelijk werden gesteld.
Uitkomst: Appellanten worden veroordeeld tot schadevergoeding en het plaatsen van een schutting, terwijl geïntimeerden hun beplanting moeten snoeien conform burenrecht.