ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1322

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.029.379-01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen gerechtvaardigd vertrouwen dat Varisha BV contractspartij was bij overeenkomst met Verizon Nederland

Verizon Nederland B.V. vorderde betaling van Varisha B.V. op grond van een overeenkomst die volgens het Service Order Form (SOF) was gesloten met I Carrier Retail Services BV. Deze vennootschap bleek niet te bestaan en het vermelde KvK-nummer op het SOF was dat van Varisha B.V. De bestuurder van Varisha B.V. had het SOF ondertekend namens de niet bestaande vennootschap.

De rechtbank wees de vordering af omdat Verizon Nederland B.V. niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat Varisha B.V. haar contractspartij was. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof stelde vast dat er geen feiten of omstandigheden waren die konden leiden tot de conclusie dat Varisha B.V. partij was bij de overeenkomst of dat Verizon Nederland B.V. daarop mocht vertrouwen.

Verizon Nederland B.V. had onvoldoende bewijs aangevoerd om het tegendeel te bewijzen en het hof verwierp de grieven. De kosten van het hoger beroep werden aan Verizon Nederland B.V. opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van Verizon Nederland B.V. tegen Varisha B.V. af wegens ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VERIZON NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
APPELLANTE,
advocaat: mr. M.P. Vink te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VARISHA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh te Den Haag.
1. Het procesverloop
1.1. Bij dagvaarding van 11 februari 2009 is Verizon Nederland B.V. (hierna te noemen: Verizon BV) in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 12 november 2008, gewezen onder nummer 389172/HA ZA 08-276 tussen haar als eiseres en Varisha B.V. (hierna te noemen: Varisha BV) als gedaagde.
1.2. Verizon BV heeft van grieven gediend en daarbij bescheiden in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog haar vordering zal toewijzen, met veroordeling van Varisha BV in de kosten van het geding in beide instanties.
1.3. Varisha BV heeft geantwoord en bewijs aangeboden met conclusie, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en Verizon BV zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het wijzen van het arrest.
1.4 Verizon BV en Varisha BV hebben vervolgens schriftelijke pleitnotities overgelegd, waarna zij nog schriftelijk hebben gere- en dupliceerd.
1.5. Tenslotte hebben partijen om arrest gevraagd.
2. De grieven
Verizon BV heeft twee grieven aangevoerd. Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.
3. De feiten
Verizon BV heeft geen grieven aangevoerd tegen de door de rechtbank in r.o. 2.1 tot en met r.o. 2.4 van het bestreden vonnis als vaststaand aangemerkte feiten, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.
Het gaat in dit geding om het volgende.
3.1 Verizon BV verleent diensten op het gebied van elektronische communicatie.
3.2 De rechtsvoorganger van Verizon BV, Uunet Services BV, heeft door middel van het invullen van een ‘Service Order Form’ (hierna: SOF) in 2001 een schriftelijke overeenkomst gesloten met, zo is vermeld op de SOF, I Carrier Retail Services BV. Volgens deze overeenkomst stelt Uunet Services BV een huurlijnverbinding ter beschikking aan I Carrier Retail Services BV op het adres [straat] te [X]. Met deze dienst was een bedrag gemoeid van € 8.000,-- aan eenmalige aansluitkosten en € 1.710,-- aan maandelijkse kosten.
3.3 Op de SOF is onder het kopje ‘Tekenbevoegde’ vermeld:
Naam: [R]
Functie: Directeur.
Genoemde [R] heeft de SOF ondertekend voor I Carrier Retail Services BV.
3.4 Op de SOF is onder het kopje ‘Algemene gegevens’ onder meer vermeld:
Naam: I Carrier Retail Services BV
KvK-nummer: 27177788
3.5 Vanaf september 2001 tot en met oktober 2003 heeft de rechtsvoorganger van Verizon BV voor de geleverde diensten facturen gezonden aan I Carrier Retail Services BV, ter attentie van [R]. Aanvankelijk zijn deze facturen verzonden naar het adres [straat] te [X] en vanaf januari 2003 naar het adres [straat2] te [Y]. Deze facturen zijn onbetaald gebleven.
3.6 Het pand gelegen aan [straat] te [X] is eigendom van [R].
3.7 [Straat2] te [Y] is het vestigingsadres van de vennootschap I-Carrier Communications BV. Deze vennootschap heeft eveneens diensten afgenomen van Verizon BV. Zij is op 7 december 2005 failliet verklaard.
3.8 Op 10 januari 2006 heeft (de raadsman van) Verizon BV betaling van in totaal € 48.671,95 gevorderd van Varisha BV, uit hoofde van de overeenkomst (zie r.o. 3.2).
3.9 Het op de SOF genoemde KvK-nummer (zie r.o. 3.4) is dat van Varisha BV. De op de SOF vermelde [R] is bestuurder van Varisha BV. [Straat] te [X] is niet het vestigingsadres van Varisha BV.
3.10 De op de SOF genoemde I Carrier Retail Services BV is een niet bestaande vennootschap.
4. De beoordeling
4.1 Verizon BV vordert in de onderhavige procedure betaling van Varisha BV van het hiervoor onder r.o. 3.8 genoemde bedrag van € 48.671,95, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank heeft de vordering afgewezen, waartegen Verizon BV opkomt in hoger beroep.
4.2 De vordering van Verizon BV berust in de kern op de stelling dat zij, gelet op de gegevens die waren vermeld in de in r.o. 3.2 tot en met r.o. 3.4 omschreven SOF, een overeenkomst is aangegaan met Varisha BV, althans dat zij gerechtvaardigd was erop te vertrouwen dat zij met Varisha BV een overeenkomst aanging.
4.3 Grief 1 is gericht tegen r.o. 5.3 van het bestreden vonnis, waarin de rechtbank overweegt dat Verizon BV in de gegeven omstandigheden er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen, dat I Carrier Retail Services BV een handelsnaam was van Varisha BV. Grief 2 is eveneens gericht tegen r.o. 5.3, namelijk tegen de overweging van de rechtbank dat – samengevat – onvoldoende is gebleken dat Varisha BV aan de totstandkoming of de uitvoering van de overeenkomst met Verizon BV heeft meegewerkt.
De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
4.4 Het hof overweegt het volgende.
Nu op de SOF als contractspartij van Verizon BV vermeld is I Carrier Services BV, moet het er in beginsel voor worden gehouden dat dit de contractspartij was van Verizon BV. Noch het gegeven dat het op de SOF vermelde KvK-nr niet dat van I Carrier Retail Services BV maar dat van Varisha BV blijkt te zijn, noch het gegeven dat [R] geen directeur was van I Carrier Retail Services BV en hij ook overigens niet bevoegd was te tekenen namens (de niet bestaande vennootschap) I Carrier Retail Services BV, terwijl hij wel bestuurder was van Varisha BV, kan tot de conclusie leiden dat Varisha BV de wederpartij van Verizon BV bij de overeenkomst is of is geworden. Het hof merkt hierbij op dat het gegeven dat [R] niet bevoegd was te tekenen voor I Carrier Retail Services BV maar wel voor Varisha BV, niet meebrengt – ook niet in samenhang met de overige feiten die in deze zaak zijn komen vast te staan – dat [R] slechts getekend kan hebben voor Varisha BV, althans dat Verizon BV daar vanuit mocht gaan.
Dat I Carrier Retail Services BV een handelsnaam van Varisha BV zou zijn, blijkt nergens uit en kan in ieder geval niet worden afgeleid uit het feit dat het op de SOF vermelde KvK-nr dat van Varisha BV is.
Ook overigens zijn door Verizon BV geen feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat Varisha BV haar wederpartij bij de overeenkomst is of is geworden, dan wel dat Verizon BV er gerechtvaardigd of mocht vertrouwen dat Varisha BV haar wederpartij was. Van enig handelen van Varisha BV zelf is immers niet gebleken.
Hiermee falen de grieven.
4.5 Het hof zal voorbijgaan aan het bewijsaanbod van Verizon BV ‘voor de stellingen van Verizon verband houdende met het voeren van een handelsnaam en de hoedanigheid waarin [R] de overeenkomst heeft ondertekend’ (MvG punt 4.1). Verizon BV heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die zij in dit verband zou willen bewijzen, anders dan de feiten die het hof hiervoor in r.o. 4.4 reeds heeft besproken en die niet tot toewijzing van haar vordering kunnen leiden.
4.6 Hetgeen overigens nog door partijen over en weer is aangevoerd kan onbesproken blijven.
Slotsom
4.7 De grieven falen en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Verizon BV worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
5. Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van
12 november 2008;
veroordeelt Verizon BV in de kosten van de procedure in hoger beroep en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Varisha BV op € 1.460,-- aan verschotten en € 3.262,-- voor salaris van de procureur, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2010;
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, R.H. de Bock en S. Clement en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2010 door de rolraadsheer.