ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1453
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling wegens overtreding leerplichtwet door niet-inschrijving en schoolverzuim
De verdachte werd vervolgd wegens het niet voldoen aan de inschrijvingsplicht van haar zoon als leerling van een school gedurende de periode van 20 oktober 2006 tot en met 23 oktober 2007, en wegens het niet regelmatig laten bezoeken van school door haar andere kinderen in de periode van 10 september 2007 tot en met 5 oktober 2007. De verdachte had tijdig kennisgevingen ingediend om vrijstelling van inschrijving te verkrijgen op grond van overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs, maar deze werden niet als geldig erkend omdat haar zoon eerder reeds op de betrokken school was ingeschreven.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot geldboetes en voorwaardelijke hechtenis, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht. Het hof oordeelde dat de Leerplichtwet 1969 geen mogelijkheid biedt om na het eerste leerplichtige schooljaar alsnog een geldige vrijstelling te verkrijgen indien eerder geen geldige verklaring was ingediend. Tevens stelde het hof vast dat de regeling niet onverenigbaar is met het EVRM, ook niet met het recht op vrijheid van godsdienst en het recht op onderwijs.
Verder werd vastgesteld dat de verdachte haar kinderen zonder toestemming van de school had meegenomen op een reis naar Israël, wat niet als geoorloofd schoolverzuim werd erkend. De verdachte werd uiteindelijk veroordeeld tot geldboetes voor beide feiten, waarbij bij niet-betaling hechtenis kan worden opgelegd. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboetes wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969 voor niet-inschrijving en schoolverzuim.