ECLI:NL:GHAMS:2010:BN2551
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging navorderingsaanslag wegens voortgezette terbeschikkingstelling percelen aan BV
Belanghebbende stelde percelen ter beschikking aan zijn BV en gaf deze op in de aangifte inkomstenbelasting 2001. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat de terbeschikkingstelling per 31 december 2001 was beëindigd, wat een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden zou opleveren.
De rechtbank Haarlem vernietigde de navorderingsaanslag omdat de feitelijke terbeschikkingstelling van de percelen aan de BV begin 2002 nog voortduurde, ondanks de met terugwerkende kracht ontbonden pachtovereenkomsten. De inspecteur ging in hoger beroep, maar het hof sloot zich aan bij de rechtbank.
Het hof benadrukte dat de ontbinding met terugwerkende kracht de feitelijke situatie niet kan veranderen en dat de percelen begin 2002 nog steeds feitelijk ter beschikking stonden aan de BV. Hierdoor moest de waarde van de percelen in verpachte staat worden aangehouden voor 2001. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
In het incidentele hoger beroep van belanghebbende werden vragen over de primitieve aanslag 2001 en verliezen 2002 niet behandeld, waardoor dit beroep niet slaagde. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 juni 2010.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 onterecht is opgelegd en vernietigt deze.