ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3125
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van de profijtontneming wegens hennepteelt
De veroordeelde werd bij vonnis van de rechtbank Haarlem veroordeeld voor het telen en bewerken van hennep en tot betaling van €11.194,90 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. In hoger beroep stelde de advocaat-generaal de vordering tot ontneming bij en matigde deze tot €9.500,- vanwege termijnoverschrijding.
De verdediging voerde aan dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was, onder meer vanwege een te hoog aantal stekken en onvoldoende rekening houden met mislukte oogsten. Tevens werd verzocht om matiging vanwege de slechte gezondheid en schulden van de veroordeelde.
Het hof oordeelde dat de gebruikte berekeningswijze onvoldoende was onderbouwd en koos voor de eigen verklaring van de veroordeelde als uitgangspunt. Op basis daarvan werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €7.000,-. Het verzoek tot matiging werd afgewezen omdat geen volledig inzicht bestond in de vermogenspositie en de wettelijke matigingsbevoegdheid beperkt is.
Ook het verzoek tot teruggave van opbrengsten uit conservatoir beslag werd afgewezen omdat de wet dit niet toestaat. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en legde de verplichting tot betaling van €7.000,- aan de Staat op ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het gerechtshof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €7.000,- en wees het verzoek tot matiging en teruggave van beslag af.