ECLI:NL:HR:2012:BW8683
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 juli 2010, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
De Hoge Raad beoordeelde of de voorgestelde middelen van cassatie aan de wettelijke vereisten voldeden. Eén middel was niet ontvankelijk omdat het gericht was op vernietiging van de bestreden uitspraak onder voorbehoud van gegrondverklaring van andere middelen, wat niet is toegestaan volgens artikel 557, vierde lid, en artikel 511i Sv.
De overige middelen konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees er tevens op dat de rechter op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv het te betalen bedrag kan verminderen of kwijtschelden.
Het beroep werd uiteindelijk verworpen en het arrest van het Gerechtshof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.