ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3379
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- C.P. Boodt
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klachten tegen notaris inzake royement hypotheken en depotstorting
In deze zaak stond de klacht van vier klagers tegen een notaris centraal over het handelen rondom de doorhaling van hypotheken en het storten van een waarborgsom op een kwaliteitsrekening. De klagers stelden dat de notaris en zijn medewerker niet bevoegd waren om royementstoezeggingen te doen en dat niet was voldaan aan de verplichting tot depotstorting.
Het hof onderscheidde tussen doorhalingen die volgen op het tenietgaan van het hypotheekrecht en die welke het gevolg zijn van afstand door de hypotheekhouder. De notaris had volgens het hof de taak om te signaleren dat de volmacht onvoldoende was. De medewerker had echter een telefonische volmacht, wat voldoende was. De klacht over de royementstoezegging werd daarom ongegrond verklaard.
Wel werd geoordeeld dat de notaris als depotnotaris een actieve rol had in het informeren over het ontbreken van het depot, wat hij naliet. Dit werd als tuchtrechtelijk verwijtbaar beoordeeld en leidde tot een waarschuwing. Andere klachten werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bekrachtigde daarmee de eerdere beslissing van de kamer van toezicht.
Uitkomst: De klacht over het niet informeren omtrent het ontbreken van het depot is gegrond verklaard en de notaris is gewaarschuwd.