ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4100
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- A. Rutten-Roos
- J.C. Toorman
- Rechtspraak.nl
Instemming banken met onbeperkt royement van hypotheken betreft ook hypotheek op nieuwe onroerende zaak
In deze civiele zaak stonden de banken en stichtingen tegenover elkaar over de vraag of een herstelakte die een royement van hypotheken corrigeerde, rechtsgeldig was. De banken hadden ingestemd met een royement van hypotheken na verkoop van een oude woning, waarbij ook een nieuwe onroerende zaak betrokken was. De stichtingen betwistten de geldigheid van de herstelakte en vorderden dat deze als waardeloos werd verklaard.
De rechtbank had de primaire vordering van de stichtingen toegewezen, maar de banken gingen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het royement met betrekking tot de nieuwe onroerende zaak niet als een kennelijke schrijffout of misslag kon worden beschouwd en dat de herstelakte daarom waardeloos was. De banken konden zich niet beroepen op een kennelijke misslag om het royement ongedaan te maken.
Verder stelde het hof vast dat de bijzondere procesregels van artikel 3:29 lid 3 BW Pro niet van toepassing waren omdat partijen afstand hadden gedaan van hun rechten op de onroerende zaak en de procedure slechts diende om hun onderlinge geschil te beslechten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwees de banken in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de herstelakte waardeloos, waardoor het hypotheekrecht van de banken op de nieuwe onroerende zaak is vervallen.