ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5037
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schuldenaar niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens beschermingsbewind
Appellant heeft bij de rechtbank Utrecht verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek is afgewezen. Vervolgens stelde appellant zelf hoger beroep in tegen dit vonnis, terwijl over zijn goederen beschermingsbewind was ingesteld.
Op grond van artikel 1:441 lid 1 BW Pro vertegenwoordigt de beschermingsbewindvoerder de rechthebbende in en buiten rechte voor de onder bewind gestelde goederen. Omdat de schuldsaneringsregeling vrijwel alle goederen omvat, dient de beschermingsbewindvoerder formeel partij te zijn in procedures over deze regeling.
Het hof oordeelt dat appellant niet ontvankelijk is in het hoger beroep omdat het beroep niet door de beschermingsbewindvoerder is ingesteld. Een achteraf gedane verklaring van de bewindvoerder dat het hoger beroep namens hem is ingesteld, herstelt dit verzuim niet.
De mondelinge behandeling vond plaats op 19 augustus 2010, waarbij zowel appellant als zijn beschermingsbewindvoerder aanwezig waren. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van formele vertegenwoordiging door de beschermingsbewindvoerder.