ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsing vervolging wegens psychische stoornis en terugwijzing voor aanvullend onderzoek
De rechtbank Amsterdam had de vervolging van verdachte geschorst op grond van artikel 16 Sv Pro, omdat verdachte naar haar oordeel door een psychische stoornis niet in staat zou zijn de strekking van de vervolging te begrijpen. Het hof stelt dat artikel 16 Sv Pro in principe alleen van toepassing is indien de stoornis na het strafbare feit is ontstaan. Bestond de stoornis al ten tijde van het delict, dan zijn andere wettelijke regelingen, zoals artikel 509a Sv en artikel 37 Sr Pro, van toepassing.
De advocaat-generaal betoogde dat aanvullend onderzoek door het Psychiatrisch Behandelcentrum (PBC) noodzakelijk is om de geestesgesteldheid van verdachte en diens vermogen tot procesvoering adequaat te beoordelen. De reeds aanwezige rapportages en deskundigenverklaringen boden onvoldoende duidelijkheid over de vraag of verdachte de vervolging kan begrijpen en over de toerekenbaarheid van het feit.
Het hof oordeelt dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de juiste wettelijke kaders en dat het onderzoek ontoereikend was. Daarom vernietigt het hof de beschikking tot schorsing van de vervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuw onderzoek, waarbij het PBC wordt betrokken. Dit onderzoek moet zich richten op de toerekenbaarheid, het vermogen van verdachte om zijn belangen te behartigen en zijn begrip van de vervolging.
Uitkomst: De schorsing van de vervolging wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor aanvullend psychiatrisch onderzoek.