ECLI:NL:HR:2011:BP4672
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen niet-einduitspraak in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2010. De verdachte was ten tijde van de aanzegging opgenomen in een psychiatrische inrichting. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het arrest geen einduitspraak betrof zoals bedoeld in artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad bevestigde deze conclusie en wees erop dat volgens artikel 428 Sv Pro beroep in cassatie tegen niet-einduitspraak slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak is toegestaan. Omdat het bestreden arrest geen einduitspraak was, kon de Hoge Raad het beroep niet ontvankelijk verklaren.
De Hoge Raad wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid en bevestigde hiermee de beperking van cassatiemogelijkheden tegen tussentijdse beslissingen in strafzaken. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 12 april 2011.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden arrest geen einduitspraak is.