ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5784
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.M. Steinhaus
- M.J.L. Mastboom
- W.M.C. Tilleman
- Rechtspraak.nl
Berekening en matiging van wederrechtelijk verkregen voordeel bij valsheid in geschrift en opzetheling
De veroordeelde werd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en opzetheling. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, oorspronkelijk berekend via een kasopstelling.
De verdediging voerde aan dat de kasopstelling onjuist was en dat berekening op transactiebasis passend was. Het hof oordeelde dat artikel 36e Sr geen dwingende berekeningsmethode voorschrijft, maar dat in deze zaak een berekening op transactiebasis passend is gezien de omstandigheden en verklaringen van de veroordeelde.
Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op basis van verkoop en kosten van NS-kaarten, GVB-kaarten en parkeervergunningen, met een totaal van €10.007,50. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof dit bedrag met 15%, waardoor de te betalen som €8.500 werd.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze aangepaste berekening en matiging.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €10.007,50 en matigt dit tot €8.500 wegens overschrijding redelijke termijn.