ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6206
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- A.P.M. van Rijn
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over renteloze lening en schenkingsrecht onder Successiewet
Belanghebbende ontving in 2007 een renteloze lening van €20.000, waarvan zij naar het oordeel van het hof €9.000 heeft terugbetaald. Hierdoor resteert een lening van €11.000. De inspecteur stelde dat het rentevoordeel uit deze lening belastbaar is als schenking.
Het hof acht de verklaringen van belanghebbende en haar dochter geloofwaardig en wijst de stelling van de inspecteur dat geen terugbetaling heeft plaatsgevonden af. De renteloze lening leidt tot een bevoordeling van €2.640, berekend volgens artikel 18 van Pro de Successiewet en het Uitvoeringsbesluit.
Vervolgens past het hof de vrijstelling van artikel 33, eerste lid, aanhef en onder 7 van de Successiewet toe, waardoor de aanslag wordt verminderd tot nihil. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De zaak betreft de fiscale kwalificatie van een lening versus schenking en de toepassing van vrijstellingen in het kader van het schenkingsrecht. Het hof benadrukt dat de renteloze lening een bevoordeling inhoudt, maar dat deze binnen de vrijstellingsgrens valt.
Uitkomst: De aanslag schenkingsrecht wordt verminderd tot nihil wegens toepassing van de vrijstelling op het rentevoordeel van de renteloze lening.