ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6223
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- J. den Boer
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over recht op aftrek kosten levensonderhoud bij kinderbijslaguitbetaling in Marokko
Belanghebbende, die kinderbijslag ontving voor zijn in Marokko wonende dochter, betaalde kosten voor haar levensonderhoud en wilde deze aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Hij had geen kinderbijslag aangevraagd omdat deze op grond van een verdrag tussen Nederland en Marokko rechtstreeks aan zijn ex-echtgenote werd uitbetaald, die de zorg voor het kind draagt.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de uitgaven niet aftrekbaar zijn omdat belanghebbende recht had op kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB). Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp de stelling dat er sprake zou zijn van ongelijke behandeling in strijd met de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO).
Het hof benadrukte dat de kinderbijslagwetgeving bepaalt dat alleen de verzekerde in Nederland recht heeft op kinderbijslag en dat het feit dat de uitbetaling aan de ex-echtgenote in Marokko plaatsvindt, hieraan niets verandert. Ook het niet aanvragen van kinderbijslag door belanghebbende doet niet af aan dit oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.