ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6917
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- R.H. de Bock
- M. Kremer
- Rechtspraak.nl
Aannemer heeft recht op betaling ondanks gebreken; ontbinding door opdrachtgever onterecht
In deze zaak staat een geschil tussen een opdrachtgever en een aannemer centraal over de betaling van facturen en de kwaliteit van verbouwingswerkzaamheden aan een woning. De opdrachtgever stelde dat de aannemer tekort was geschoten en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk vanwege gebreken en vertraging.
De aannemer had gefactureerd voor uitgevoerde werkzaamheden en vorderde betaling van de openstaande bedragen. De opdrachtgever betwistte dit en stelde dat de facturen niet opeisbaar waren omdat het werk niet naar tevredenheid was afgerond. Een deskundigenrapport stelde echter vast dat de gebreken herstelbaar waren en dat de aannemer gerechtigd was te factureren voor reeds uitgevoerde werkzaamheden, ook al waren die niet zonder gebreken.
Het hof oordeelde dat de opdrachtgever niet mocht weigeren de aannemer de gelegenheid te geven de werkzaamheden af te ronden en te herstellen. De door de opdrachtgever gestelde voorwaarde van supervisie door een door haar aangewezen uitvoerder tegen kosten van de aannemer was onacceptabel bezwarend. Omdat de opdrachtgever zelf in crediteursverzuim was, kon zij de overeenkomst niet ontbinden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de opdrachtgever in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van de openstaande facturen; de ontbinding is onterecht.