ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7351
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.J.M. de Werd
- L.A.J. Dun
- C.J.D. Waal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbeurdverklaring geld bij invoer cocaïne door drugskoerier
In deze zaak stond de verbeurdverklaring van een geldbedrag centraal dat een verdachte bij zich had tijdens een poging tot invoer van cocaïne vanuit Suriname naar Nederland. De verdachte verklaarde dat het geld zijn eigen was en bedoeld voor een bezoek aan familie, maar ook gaf hij aan schulden te hebben en cocaïne te hebben ingevoerd om geld te verdienen.
Het hof overwoog dat invoer van cocaïne vanuit Suriname doorgaans een intercontinentale vliegreis vereist waarbij de koerier moet voldoen aan diverse toegangsvoorwaarden tot Nederland, waaronder het beschikken over voldoende middelen van bestaan. Het in beslag genomen geld werd gezien als een middel waarmee de invoer van verdovende middelen was begaan of voorbereid.
De verdediging voerde tegen dat het geld niet aan de drugshandel gerelateerd was, maar het hof achtte het aannemelijk dat het hoofddoel van de reis de invoer van cocaïne was. Daarom werd het geld vatbaar geacht voor verbeurdverklaring.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, met aanpassing van de motivering omtrent de verbeurdverklaring. Het arrest werd gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 september 2010.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verbeurdverklaring van het geld dat de verdachte bij zich had bij invoer van cocaïne.