ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7351

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-000081-10
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verbeurdverklaring geld bij invoer cocaïne door drugskoerier

In deze zaak stond de verbeurdverklaring van een geldbedrag centraal dat een verdachte bij zich had tijdens een poging tot invoer van cocaïne vanuit Suriname naar Nederland. De verdachte verklaarde dat het geld zijn eigen was en bedoeld voor een bezoek aan familie, maar ook gaf hij aan schulden te hebben en cocaïne te hebben ingevoerd om geld te verdienen.

Het hof overwoog dat invoer van cocaïne vanuit Suriname doorgaans een intercontinentale vliegreis vereist waarbij de koerier moet voldoen aan diverse toegangsvoorwaarden tot Nederland, waaronder het beschikken over voldoende middelen van bestaan. Het in beslag genomen geld werd gezien als een middel waarmee de invoer van verdovende middelen was begaan of voorbereid.

De verdediging voerde tegen dat het geld niet aan de drugshandel gerelateerd was, maar het hof achtte het aannemelijk dat het hoofddoel van de reis de invoer van cocaïne was. Daarom werd het geld vatbaar geacht voor verbeurdverklaring.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, met aanpassing van de motivering omtrent de verbeurdverklaring. Het arrest werd gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 september 2010.

Uitkomst: Het hof bevestigt de verbeurdverklaring van het geld dat de verdachte bij zich had bij invoer van cocaïne.

Uitspraak

parketnummer: 23-000081-10
datum uitspraak: 13 september 2010
TEGENSPRAAK (raadsman gemachtigd)
ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 december 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-801534-09 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [1982],
adres: [adres en woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 24 december 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2010.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof met betrekking tot de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag, in plaats van hetgeen de politierechter onder 7.2 heeft overwogen, het volgende overweegt:
Het is een feit van algemene bekendheid dat bij de invoer van cocaïne vanuit Suriname naar Nederland een intercontinentale vliegreis gemaakt dient te worden, waarvoor Surinamers niet alleen de beschikking moeten hebben over een geldig vliegticket, maar, om volgens de geldende regelgeving toegelaten te worden tot Nederland, ook
-over een geldig document voor grensoverschrijding moeten beschikken;
-voorzien moeten zijn van een geldig visum;
-voorzien moeten zijn van voldoende middelen van bestaan;
-geen gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid mogen opleveren.
Indien aan een van deze voorwaarden niet wordt voldaan kan toegang tot Nederland worden geweigerd. Dit houdt in zo’n geval dan in dat de aflevering van cocaïne na aankomst niet tot stand kan komen.
Om een invoer van verdovende middelen te kunnen doen slagen zal een koerier daarom in de meeste gevallen voldoende contanten bij zich moeten hebben om aan de betreffende voorwaarden te voldoen, tenzij hij op andere wijze kan aantonen over voldoende middelen van bestaan te beschikken, bijvoorbeeld door het bezit van een credit card. Van dat laatste is in dit geval niet gebleken.
Het hof is aldus van oordeel dat in het onderhavige geval de invoer van verdovende middelen is begaan of voorbereid met behulp van het inbeslaggenomen geldbedrag. Dit is daarom vatbaar voor verbeurdverklaring.
Daaraan doet niet af dat de verdachte –zoals de raadsman heeft betoogd- eerder heeft verklaard dat dit geld zijn eigen geld was en dat hij op bezoek zou gaan bij familie. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg immers eveneens verklaard 9000 SRD schulden te hebben en om geld te verdienen cocaïne te hebben ingevoerd. Gelet daarop moet worden aangenomen dat het hoofddoel van deze reis de invoer van cocaïne betrof en –zoals hiervoor overwogen- dat feit met het geld dat hij bij zich had is begaan of voorbereid.
Beslissing
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. L.A.J. Dun en mr. C.J.D. Waal, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Boer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 september 2010.
Mr. Waal is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.