ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8024
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.L. Neervoort-Briët
- C.G. Kleene-Eijk
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na ingrijpende inkomensachteruitgang en herintredingsmogelijkheden
Partijen zijn in 1980 gehuwd en in 1992 gescheiden. De man was verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw, die na de scheiding parttime werkte en een laag inkomen had. De man verzocht beëindiging van de alimentatie per 6 maart 2007, de vrouw wilde verlenging tot haar 65ste.
De rechtbank beëindigde de alimentatie per 6 maart 2009, het hof ’s-Gravenhage vernietigde dit en beëindigde de alimentatie per 5 maart 2007. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug wegens onduidelijke motivering over de ingrijpendheid van de inkomensachteruitgang.
Het hof overwoog dat een netto terugval van €90 per maand ingrijpend is omdat de vrouw dan terugvalt op bijstandsniveau. Ondanks haar zorg voor kinderen en gezondheidsklachten heeft zij onvoldoende scholing gevolgd en beperkte beschikbaarheid getoond voor werk. De man heeft draagkracht, maar voortzetting van alimentatie is niet zonder bezwaar voor hem.
Het hof concludeerde dat beëindiging van alimentatie redelijk en billijk is, mede vanwege de beperkte inspanningen van de vrouw om in eigen onderhoud te voorzien. De alimentatieverplichting wordt per 5 maart 2007 beëindigd, en de vrouw hoeft teveel betaalde alimentatie niet terug te betalen.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man wordt per 5 maart 2007 beëindigd.