ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8808
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd vertrouwen en aanspraak op ontslagvergoeding bij wijziging beleid ABN AMRO
In deze zaak staat de vraag centraal of [X], voormalig senior manager bij ABN AMRO, recht heeft op een ontslagvergoeding volgens het oude beleid, zoals toegezegd in een retentiebrief van november 2007, of dat ABN AMRO de nieuwe, versoberde severance policy mag toepassen.
De kredietcrisis en staatsinterventie leidden tot een wijziging van het ontslagbeleid per 1 januari 2009, waarbij lagere vergoedingen werden aangeboden. ABN AMRO stelde dat de gewijzigde omstandigheden en maatschappelijke druk rechtvaardigen dat [X] zich bij de nieuwe regeling neerlegt. [X] betwist dit en beroept zich op het gerechtvaardigd vertrouwen dat is gewekt door de retentiebrief, waarin een gegarandeerde bonus en een hogere ontslagvergoeding werden toegezegd.
Het hof oordeelt dat de retentiebrief een bindende toezegging bevat die onderdeel is van de arbeidsovereenkomst en dat ABN AMRO deze verplichtingen moet nakomen. De gewijzigde omstandigheden, waaronder de kredietcrisis, zijn weliswaar onvoorzien, maar rechtvaardigen geen wijziging van de toezeggingen jegens [X]. Het hof vernietigt het deel van het vonnis dat de vergoeding niet uitvoerbaar bij voorraad verklaarde en bepaalt dat ABN AMRO de hogere ontslagvergoeding moet betalen, met wettelijke rente, en verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: ABN AMRO moet de hogere ontslagvergoeding volgens het oude beleid betalen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.