ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9721
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inzicht in schulden en niet te goeder trouw
Appellant, een alleenstaande man van 39 jaar, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hij had een kort bestaande eenmanszaak die hij wegens betalingsproblemen van de hoofdaannemer beëindigde. Zijn schulden bestonden voornamelijk uit particuliere schulden, met enkele schulden gerelateerd aan de onderneming.
De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden, mede door het ontbreken van jaarstukken en onduidelijkheid over de schulden aan het CJIB en alimentatieachterstanden. In hoger beroep bevestigde het hof deze beoordeling, stellende dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in de herkomst van zijn schulden en dat zijn uitgavenpatroon niet in verhouding stond tot zijn inkomen.
Het hof overwoog dat ondanks de inspanningen van appellant om zijn financiële situatie te verbeteren, zoals het zoeken van hulp en het doen van betalingen, de schuldenlast en het ontbreken van bewijs van te goeder trouw toelating tot de schuldsaneringsregeling niet rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de beslissing van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.