ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9767
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd vertrouwen en eenzijdige wijziging ontslagvergoeding en bonus bij ABN AMRO
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een voormalig senior manager ([X]) over de hoogte van de ontslagvergoeding en bonus na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. ABN AMRO had in 2008 een retentiebrief gestuurd met toezeggingen over bonussen en ontslagvergoedingen, die later eenzijdig werden gewijzigd vanwege de kredietcrisis en maatschappelijke druk.
[X] stelde dat hij recht heeft op de oorspronkelijke, hogere vergoeding en bonus zoals toegezegd in de retentiebrief, terwijl ABN AMRO zich beroept op gewijzigde omstandigheden en een wijzigingsbeding in de C&B Regulations. Het hof oordeelde dat de retentiebrief een bindende toezegging vormt en dat ABN AMRO niet zonder overleg en overgangsregeling de voorwaarden eenzijdig kon wijzigen.
Het hof verwierp het beroep van ABN AMRO op artikel 7:611 en Pro 7:613 BW en op de onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW Pro), omdat het belang van de werknemer bij nakoming van de toezegging zwaarder weegt dan de belangen van ABN AMRO. De gewijzigde severance policy viel niet onder de C&B Regulations en was niet van toepassing op de gemaakte afspraken. Het hof verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: ABN AMRO is gehouden de hogere ontslagvergoeding en bonus toe te kennen zoals in de retentiebrief van 2008 toegezegd, en de veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.