ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0357
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Geen recht op pensioenopbouw over lange termijn variabele beloning uit beëindigingsvergoeding
Appellant was werkzaam bij Alliander en ontving bij beëindiging van zijn dienstverband een vergoeding waarin een deel van de lange termijn variabele beloning (LTI) was verdisconteerd. Hij stelde dat over dit deel pensioenopbouw had moeten plaatsvinden. De arbeidsovereenkomst verwees naar het ABP-reglement, dat bepaalt dat variabele toelagen pas per 1 januari van het jaar volgend op het jaar van ontvangst pensioengevend zijn.
Omdat appellant per 1 januari 2008 geen deelnemer meer was in het ABP, kon Alliander niet verplicht worden pensioenpremie af te dragen over de LTI die in 2007 werd uitgekeerd. Appellant voerde aan dat hij op basis van de arbeidsovereenkomst en redelijkheid mocht vertrouwen op pensioenopbouw over de LTI, ook bij uitbetaling in het kader van een beëindigingsovereenkomst.
Het hof oordeelde dat appellant, als jurist en directeur juridische zaken, geacht mocht worden de regelingen te begrijpen en dat de LTI-uitbetaling in het kader van de beëindigingsovereenkomst niet als loon tijdens het dienstverband geldt. Daarom kon appellant geen aanspraak maken op pensioenopbouw die afwijkt van het ABP-reglement. De grieven werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering af dat pensioenopbouw over de LTI in de beëindigingsvergoeding zou moeten plaatsvinden.