ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1012
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor de periode 2002-2003, inclusief een verzuimboete. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag. Het beroep bij de rechtbank werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Belanghebbende stelde dat de ziekte van zijn dochter hem verhinderde tijdig te reageren.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond omdat het bezwaar binnen de termijn was ingediend, maar handhaafde de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens overschrijding van de termijn. Het hoger beroep bij het Hof richtte zich op de ontvankelijkheid van het beroep.
Het Hof oordeelde dat fouten van de gemachtigde voor rekening van belanghebbende komen en dat de ziekte van zijn dochter geen verschoonbaar verzuim vormt. De relatie met de gemachtigde was niet verstoord en belanghebbende had de zorg voor tijdige indiening aan hem overgedragen. Het Hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en verwierp het hoger beroep.
De uitspraak van het Hof werd gedaan door drie rechters in de belastingkamer en er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de termijn wordt bevestigd.