ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1050
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- G.C. Makkink
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefbeperkend beding en unietrouw in kabelnetovereenkomst tussen gemeente Hilversum en UPC
In deze zaak staat het tariefbeperkende beding in de privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente Hilversum en UPC centraal, waarbij UPC stelt dat dit beding haar uitingsvrijheid beperkt en strijdig is met artikel 7 lid 2 Grondwet Pro. Het hof bevestigt dat het beding geen beperking inhoudt van de uitingsvrijheid, mede omdat UPC onvoldoende heeft aangetoond dat het tarief niet kostendekkend is en dat er geen capaciteitsgebrek is op het kabelnet.
Daarnaast is de omvang van het standaardpakket van 32 zenders aan de orde, waarbij het hof het standpunt van de rechtbank bevestigt dat de gemeente niet meer beperkingen mag opleggen dan de wettelijke minimumaantallen. De gemeente handelt hier deels in haar publiekrechtelijke hoedanigheid, waardoor de bedingen die verder gaan dan de wet nietig zijn.
Het hof gaat ook in op de vraag of het beginsel van unietrouw van toepassing is op de gemeente wanneer zij handelt in privaatrechtelijke hoedanigheid en of het nieuwe regelgevingskader (NRK) van toepassing is op de diensten die UPC levert. Het hof stelt vast dat hierover prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU moeten worden gesteld, met name over de reikwijdte van unietrouw, de toepasselijkheid van het NRK en de gevolgen daarvan voor het tariefbeperkende beding.
De procedure wordt aangehouden voor nadere behandeling na beantwoording van deze prejudiciële vragen. De zaak betreft complexe interacties tussen nationale contractuele afspraken, grondrechten en Europese regelgeving op het gebied van telecommunicatie.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het tariefbeperkende beding UPC niet in haar uitingsvrijheid beperkt en stelt prejudiciële vragen over de toepassing van unietrouw en het NRK, waarna de zaak wordt aangehouden.