ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4428

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.069.692/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 424 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig getuigenverhoor over rechterlijke roulering en zaaktoewijzing rechtbank Haarlem

In deze zaak heeft CHIP(S)HOL III B.V. (appellante) bij de rechtbank en het hof tevergeefs verzocht om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. De Hoge Raad vernietigde het eerdere oordeel van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.

Het geschil betreft vragen over het beleid van de rechtbank Haarlem tussen 2005 en 2007 met betrekking tot de roulering van rechters en de motieven achter de overgang van rechters die een tussenvonnis hadden gewezen in een zaak tegen Luchthaven Schiphol N.V. Tevens gaat het om de overwegingen omtrent rechterlijke onafhankelijkheid, onpartijdigheid, doelmatigheid en continuïteit bij deze overgang en de toedeling van de zaak aan een nieuwe meervoudige kamer.

Het hof stelt vast dat geïntimeerde (Staat der Nederlanden) zich niet langer verzet tegen het verzoek en wijst het toe. Het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden bij het hof, waarbij vier rechters als getuigen zullen worden gehoord. Partijen krijgen gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de vragen en de locatie van het getuigenverhoor. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESCHIKKING
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CHIP(S)HOL III B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
APPELLANTE,
advocaat: mr. M.C. Kaaks, te Amsterdam,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon
STAAT DER NEDERLANDEN,
met zetel te ’s-Gravenhage,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. G.J.H. Houtzagers, te ’s-Gravenhage.
1. Het geding
Appellante heeft de rechtbank ’s-Gravenhage verzocht een voorlopig getuigen te bevelen.
De rechtbank heeft dat verzoek bij beschikking van 16 juli 2007 afgewezen.
Het hof ’s-Gravenhage heeft die beschikking op 8 mei 2008 bekrachtigd.
Bij beschikking van 19 maart 2010 (zaaknummer 08/03241,
LJN BK8146) heeft de Hoge Raad de beschikking van het hof
’s-Gravenhage vernietigd en het geding verwezen naar dit (Amsterdamse) hof ter verdere behandeling en beslissing.
Bij brief van 5 juli 2010 heeft appellante het hof verzocht het geding te hervatten.
Er is een mondelinge behandeling bepaald op 12 oktober 2010.
De mondelinge behandeling heeft met instemming van partijen niet plaatsgevonden.
Beschikking is bepaald op heden.
2. Beoordeling
2.1 Uit de stukken blijkt dat geïntimeerde zich niet langer verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor. Het hof zal, mede in het licht hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in de beschikking van
19 maart 2010, het verzoek daarom toewijzen.
2.2 Als getuigen zullen in beginsel worden gehoord:
- mr. F.C. Bakker, voormalig president rechtbank Haarlem, thans president van de rechtbank ’s-Gravenhage,
- mr. A.C. Monster, voormalig vicepresident rechtbank Haarlem, thans Financieel Ombudsman bij Kifid,
- mr. D.P. Ruitinga, vicepresident rechtbank Haarlem,
- mr. M.J. Smit, sectorvoorzitter rechtbank Haarlem.
2.3 Het voorlopig getuigenverhoor zal betrekking hebben op de volgende vragen:
a. Wat was in de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 het beleid van de rechtbank Haarlem met betrekking tot het rouleren van rechters?
b. Welke overwegingen en motieven liggen ten grondslag aan de overgang naar een andere sector van de rechters die het tussenvonnis van 12 januari 2005 hebben gewezen in de zaak van appellante tegen Luchthaven Schiphol N.V. (rolnummer HA ZA 03-1163), te weten mr. A.C. Monster, mr. J.C.M. Montijn-Swinkels en mr. W. Veldhuijzen van Zanten?
c. Met wie is over die overgang overleg gevoerd, wie heeft daarover geadviseerd en wie heeft daartoe besloten?
d. Zijn bij dat besluit eisen van rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid, alsmede doelmatigheid en continuïteit van rechterlijke betrokkenheid ten aanzien van de onder b bedoelde zaak aan de orde geweest en zo ja, hoe zijn die elementen gewogen?
e. Welke overwegingen liggen ten grondslag aan de toedeling van die zaak aan de drie nieuwe rechters mr. D.P. Ruitinga, mr. N.E. Kwak en mr. L. Reurich en daarmee aan de samenstelling van de nieuwe meervoudige kamer?
2.4 Partijen zullen zich desgewenst nog kunnen uitlaten over de formulering van de vragen.
2.5 Met betrekking tot de vraag waar het voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden, overweegt het hof het volgende. In zaken waarin het hof in hoger beroep alsnog het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toewijst, wordt de zaak uit doelmatigheidsoverwegingen in de regel teruggewezen naar de rechtbank voor het horen van de getuigen. In de onderhavige zaak ligt dit in zoverre anders dat na verwijzing door de Hoge Raad artikel 424 Rv Pro in beginsel aan terugwijzing in de weg staat. Dat brengt mee dat het getuigenverhoor voor dit hof zou moeten plaatsvinden.
Partijen hebben zich hierover niet uitgelaten. Het hof ziet aanleiding partijen de gelegenheid daartoe te geven.
2.6 Elke verdere beslissing zal het hof aanhouden.
3. Beslissing
Het hof:
- bepaalt dat appellante zich tot uiterlijk 14 december 2010 schriftelijk kan uitlaten zoals hiervoor onder 2.4 en 2.5 is overwogen;
- bepaalt dat vervolgens geïntimeerde daarop gedurende een termijn van vier weken schriftelijk kan reageren;
- bepaalt dat behoudens klemmende redenen aan partijen slechts eenmaal een uitstel van ten hoogste twee weken zal worden verleend;
- houdt elke verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J.J. Los,
A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en W.J. Noordhuizen en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2010.