ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens laden en lossen
Belanghebbende kreeg op 27 januari 2009 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het niet voldoen van parkeerbelasting tijdens het stilstaan van zijn auto. De heffingsambtenaar stelde dat er sprake was van parkeren en dat geen sprake was van laden en lossen.
Belanghebbende verklaarde dat hij op het moment van de bekeuring bezig was met het uitladen van een bed samen met een vriend, wat werd ondersteund door een getuigenverklaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het laden en lossen onmiddellijk plaatsvond.
Het Hof stelde dat volgens vaste rechtspraak onmiddellijk laden en lossen betekent dat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is, goederen van enige omvang en gewicht worden in- of uitgeladen. Het Hof achtte aannemelijk dat het bed een goed van zodanige omvang en gewicht was dat het alleen per auto vervoerd kon worden en dat belanghebbende bezig was met onmiddellijk lossen.
De heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat er sprake was van parkeren in de zin van de Verordening Parkeerbelastingen. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat belanghebbende aannemelijk maakte dat hij bezig was met onmiddellijk laden en lossen.