ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4991
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendomsoverdracht en exploitatie van horecabedrijf na beëindiging relatie
Partijen, die een langdurige affectieve relatie hadden zonder gehuwd te zijn, waren betrokken bij de exploitatie van een horecabedrijf dat in 1980 via een koopakte werd overgedragen van geïntimeerde aan appellante. De koopakte vermeldt een onvoorwaardelijke eigendomsoverdracht inclusief handelsnaam en goodwill.
Na het beëindigen van hun relatie in 2007 ontstond een conflict over de eigendom en exploitatie van het restaurant. Geïntimeerde vorderde onder meer een verklaring voor recht dat het restaurant hem toebehoort en geboden aan appellante het pand te verlaten. Appellante kwam in hoger beroep tegen een eerdere uitspraak die grotendeels in het voordeel van geïntimeerde was.
Het hof oordeelt dat de bepalingen in de koopakte helder zijn en een onvoorwaardelijke eigendomsoverdracht beogen. De stelling van geïntimeerde dat de koopakte slechts een schijnconstructie was om belasting te ontwijken, wordt onvoldoende onderbouwd. Het hof staat toe dat geïntimeerde bewijs door getuigen levert om zijn stellingen te onderbouwen. Het getuigenverhoor wordt gepland om de werkelijke bedoeling van partijen vast te stellen.
Het hof bepaalt dat verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd. Dit arrest is gewezen door drie raadsheren en op 9 november 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering door getuigen toe en houdt verdere beslissingen aan.