ECLI:NL:GHAMS:2010:BO5088
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- M. Wigleven
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats kind toegewezen aan moeder met omgangsregeling voor vader
Het geschil betreft de hoofdverblijfplaats van een minderjarig kind en de omgangsregeling tussen het kind en zijn ouders na beëindiging van hun relatie. De moeder voert aan dat zij sinds de geboorte de dagelijkse zorg voor het kind heeft gedragen, terwijl de vader sinds november 2008 de zorg op zich neemt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde aanvankelijk de hoofdverblijfplaats bij de moeder, maar wijzigde dit advies ter zitting en stelde bekrachtiging van de beschikking bij de vader voor.
Het hof oordeelt dat beide ouders betrokken en geschikt zijn voor de zorg van het kind. De moeder heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt ten aanzien van haar psychische problematiek en beschikt over een stevig netwerk. De vader werkt fulltime en is deels aangewezen op opvang door derden. Het hof acht het in het belang van het kind dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder wordt vastgesteld, omdat dit zorgt voor continuïteit en hoofdzakelijke verzorging door één ouder.
De omgangsregeling wordt vastgesteld op één weekend per twee weken van vrijdag na schooltijd tot zondag 17:00 uur, waarbij de vader het kind op vrijdag van school ophaalt en de moeder het kind zondag terugbrengt. Daarnaast wordt bepaald dat het kind de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vader doorbrengt. Het hof benadrukt dat de ouders in onderling overleg de feitelijke wijziging van hoofdverblijfplaats en verdeling van vakanties zullen regelen, eventueel met hulp van een gezinsvoogd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind wordt toegewezen aan de moeder met een omgangsregeling voor de vader.