ECLI:NL:GHAMS:2010:BO5415
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over richtprijs en meerwerk bij verbouwing woning
Appellanten kochten begin 2006 een huis en lieten een bouwkundig rapport opstellen met een raming van herstelwerkzaamheden. Geïntimeerde werd belast met de verbouwing, die duurde van juli tot december 2006. De verbouwing bleek duurder en langer dan verwacht, waarna geïntimeerde betaling van zijn facturen vorderde. Appellanten stelden zich op het standpunt dat zij niet hoefden te betalen vanwege vertraging, hogere kosten en schade.
De rechtbank stelde vast dat het overeengekomen bedrag van €100.000 inclusief BTW als richtprijs geldt, met een maximale overschrijding van 10% conform artikel 7:752 BW Pro. De rechtbank wees de meeste vorderingen van appellanten af, kende geïntimeerde een deel van het factuurbedrag toe en wees buitengerechtelijke incassokosten toe.
In hoger beroep voerden appellanten diverse grieven aan, waaronder dat de verbouwing ook op basis van architecttekeningen was overeengekomen en dat de reconventionele vordering onvoldoende was beoordeeld. Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat de oorspronkelijke overeenkomst gebaseerd is op het bouwkundig rapport en dat de richtprijs met 10% overschrijding geldt. Het hof wees de vorderingen van appellanten af, bekrachtigde het vonnis en veroordeelde hen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de richtprijs met 10% overschrijding geldt en wijst de grieven van appellanten af.