ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- M.W.E. Koopmann
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Curator vordert terugbetaling verkoopopbrengst onroerende zaken in faillissement Maxser Holding B.V.
De curator in het faillissement van Maxser Holding B.V. vordert op grond van artikel 54 lid 1 Faillissementswet Pro terugbetaling van door Maxser vóór faillissement aan banken betaalde verkoopopbrengsten van onroerende zaken. Maxser had deze opbrengsten gecrediteerd op rekeningen bij de banken. Het hof oordeelt dat deze creditering geen schuld van de banken aan Maxser tot gevolg had, omdat partijen een rechtstreekse betaling aan de banken beoogden. Er was geen sprake van schuldoverneming of verrekening in de zin van artikel 54 lid 1 Fw Pro.
De curator kon niet aantonen dat de banken niet te goeder trouw handelden. Hoewel Maxser financieel moeilijk stond en de banken de kredietfaciliteiten hadden opgezegd, was een herstructurering gericht op voortzetting van rendabele delen in onderzoek. De banken hadden geen reden om het faillissement te verwachten. De curator beroept zich op jurisprudentie waarin banken niet te goeder trouw zouden zijn, maar die is niet van toepassing omdat hier wel een betaling aan de banken bedoeld was.
Het hof verklaart de curator niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen het tussenvonnis, bekrachtigt het eindvonnis en veroordeelt de curator in de proceskosten van hoger beroep. De vordering tot terugbetaling wordt afgewezen omdat de banken geen onrechtmatige verrekening hebben toegepast en te goeder trouw waren.
Uitkomst: De vordering van de curator tot terugbetaling van verkoopopbrengsten wordt afgewezen en het eindvonnis bekrachtigd.