ECLI:NL:RBAMS:2008:BC4009
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening volgens artikel 54 Faillissementswet bij verkoop onroerende zaken niet van toepassing
De curator in het faillissement van Maxser Holding B.V. vordert betaling van bedragen van ABN AMRO en ING bank op grond van artikel 54 lid 1 Faillissementswet Pro, stellende dat de banken onrechtmatig hebben verrekend met de verkoopopbrengsten van onroerende zaken. De curator betoogt dat de notarissen de opbrengsten eerst op rekeningen van Maxser Holding en Maxser Dongen hebben gestort, waarna de banken deze bedragen met het debetsaldo hebben verrekend, terwijl de banken wisten dat faillissement te verwachten was.
De rechtbank onderzoekt of sprake is van verrekening in de zin van artikel 54 lid 1 Fw Pro. Uit jurisprudentie volgt dat dit artikel niet van toepassing is indien de banken de opbrengst met instemming van de verkoper rechtstreeks ontvangen. De rechtbank analyseert de afspraken tussen de banken, Maxser Holding en de notarissen, waarbij de banken vooraf de bedragen en rekeningnummers hebben opgegeven waarop de notarissen moesten overmaken.
De feiten tonen dat de notarissen de bedragen volgens de voorwaarden van de banken hebben overgemaakt, en dat Maxser Holding stilzwijgend hiermee heeft ingestemd. De rechtbank concludeert dat de betalingen rechtstreekse voldoening aan de banken zijn en dat artikel 54 lid 1 Fw Pro niet van toepassing is. De vorderingen van de curator worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en veroordeelt hem in de proceskosten.