ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6863
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- G.J. Visser
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor te laat ingesteld hoger beroep en schadevergoeding
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een advocaat centraal die te laat hoger beroep instelde tegen een vonnis waarbij de gemeente Amsterdam was veroordeeld tot een beperkte schadevergoeding aan zijn cliënt [C]. Door het te late hoger beroep werd het vonnis onherroepelijk en verloor [C] de kans op een hogere schadevergoeding.
De rechtbank had eerder een verklaring voor recht gegeven dat de advocaat tekort was geschoten, maar wees de schadevergoeding grotendeels af omdat niet was aangetoond dat een hoger bedrag was toe te wijzen. Het hof stelt vast dat, indien tijdig hoger beroep was ingesteld, de vordering van [C] tegen de gemeente Amsterdam aanzienlijk hoger zou zijn geweest, met name voor inkomensverlies over een langere periode.
Het hof analyseert uitgebreid de feiten, waaronder de sluiting van het café van [C], de procedures tegen de gemeente, en de vaststellingsovereenkomst tussen verhuurder en onderhuurder. Het hof oordeelt dat het beroep van de gemeente op deze overeenkomst in hoger beroep zou zijn verworpen en dat de inkomensschade over een langere periode toewijsbaar is.
Verder wijst het hof de vordering tot vergoeding van niet terugbetaalde borgsom toe, maar bevestigt de afwijzing van schade wegens achtergebleven zaken en smartengeld. De kosten worden gecompenseerd en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Advocaat wordt veroordeeld tot betaling van circa € 63.000,- inkomensschade en € 3.403,35 borgsom met rente aan cliënt wegens te laat ingesteld hoger beroep.