ECLI:NL:HR:2009:BK0859
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens niet-tijdige vordering bij Waarborgfonds Motorverkeer
Eiser was betrokken bij een verkeersongeval waarbij een onbekend gebleven derde voertuig mogelijk betrokken was. Eiser schakelde advocaat verweerder in om schadevergoeding te verkrijgen. Verweerder stelde echter niet tijdig een vordering in bij het Waarborgfonds Motorverkeer, waardoor de verjaringstermijn verstreek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder toerekenbaar tekort was geschoten en veroordeelde hem tot schadevergoeding aan eiser. Het hof verklaarde verweerder niet-ontvankelijk in hoger beroep, vernietigde het vonnis voor zover het verweerder veroordeelde tot schadevergoeding en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de aanwezigheid van een onbekende derde niet was komen vast te staan en dat daardoor het causaal verband tussen de tekortkoming en de schade niet was bewezen.
Eiser stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat een tijdig ingediende vordering bij het Waarborgfonds geen kans van slagen zou hebben gehad, omdat de aanwezigheid van de onbekende derde niet aannemelijk was. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de advocaat niet aansprakelijk is wegens het ontbreken van causaal verband tussen tekortkoming en schade.