ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9019
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over plaats van dienst en boete omzetbelasting bij aandelenparticipatie
Belanghebbende, een investeringsmaatschappij, voerde werkzaamheden uit voor S met betrekking tot de verwerving van een aandelenparticipatie. De inspecteur legde naheffingsaanslag en boete op wegens niet betaalde omzetbelasting. De rechtbank oordeelde dat de dienst als één dienst moest worden gezien en in Nederland was verricht, en matigde de boete.
In hoger beroep stond de vraag centraal of de plaats van dienst bepaald moest worden volgens artikel 6, eerste lid, of tweede lid, onderdeel d, van de Wet OB, en of de boete terecht was opgelegd. Het hof oordeelde dat de werkzaamheden causaal en functioneel met elkaar verbonden waren en als één dienst moesten worden aangemerkt. Deze dienst viel niet onder de specifieke diensten in artikel 6, tweede lid, onderdeel d, en de plaats van dienst moest daarom in Nederland worden bepaald.
De boete werd bevestigd op € 3.610 omdat het niet betalen van de belasting te wijten was aan grove schuld, gezien het niet boeken van omvangrijke bedragen aan omzetbelasting. Het hof wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd en de boete verminderd tot € 3.610 wegens grove schuld.