ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9294
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- W.J. Noordhuizen
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Huur bedrijfsruimte: geen ontbinding huurovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden en geen wanprestatie verhuurder
In deze civiele procedure stonden twee hoger beroepen centraal betreffende huurovereenkomsten van bedrijfsruimte tussen de vennootschap onder firma [X] & [Y] en de besloten vennootschappen [W Holding] en [W Krommenie]. De huurders hadden de huurovereenkomst opgezegd wegens een verstoorde relatie met de verhuurders, die tevens ex-vennoten zijn, en vorderden ontbinding van de huurovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden.
De kantonrechter had de vorderingen van de verhuurders tot betaling van achterstallige huurpenningen toegewezen en de ontbindingsvorderingen van de huurders afgewezen. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de ernstige verstoring van de onderlinge verhouding geen grond is voor ontbinding op basis van artikel 6:258 BW Pro. Ook werd geen wanprestatie van de verhuurder vastgesteld, ondanks de spanningen en incidenten tussen partijen.
Verder wees het hof het beroep van de huurders op onvoorziene omstandigheden af, omdat de huurovereenkomst geen tussentijdse opzegmogelijkheid bood en de verstoring van de relatie onvoldoende was om de overeenkomst te ontbinden. De kosten van het hoger beroep werden aan de huurders opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 november 2010.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen tot ontbinding en wanprestatie af.