ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9623
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Geen recht op proceskostenvergoeding bij navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2002
Belanghebbende, een vennootschap, diende een aangifte vennootschapsbelasting 2002 in met een negatief belastbaar bedrag. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op van €70.867, gebaseerd op door belanghebbende gepresenteerde feiten waarvan deze later terugkwam. Na bezwaar en beroep werd de navorderingsaanslag verminderd tot nihil via een vaststellingsovereenkomst.
Belanghebbende vorderde vergoeding van proceskosten voor de bezwaarfase, stellende dat de navorderingsaanslag onrechtmatig was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag niet onrechtmatig was omdat belanghebbende zelf was teruggekomen op een feitelijke stelling die aanleiding gaf tot de aanslag.
Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de inspecteur in redelijkheid mocht afgaan op de door belanghebbende verstrekte informatie. De vaststellingsovereenkomst leidde niet tot een proceskostenveroordeling, omdat daarin niets was geregeld over kostenvergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van proceskosten omdat de navorderingsaanslag niet onrechtmatig was opgelegd.