ECLI:NL:GHAMS:2010:BP3567
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over groepsvermoeden pensioenregeling en ongelijke beloning bij Sykes
De werknemer was van 2002 tot 2007 in dienst bij Sykes in verschillende functies, waaronder Account Manager en lid van het Management Team. Hij stelde dat Sykes een pensioenregeling had toegezegd aan een groep werknemers waartoe hij behoorde, en dat hij daardoor recht had op pensioenschadevergoeding. Tevens stelde hij dat er sprake was van ongelijke beloning en schending van goed werkgeverschap.
De rechtbank wees zijn vordering af, waarna hij in hoger beroep ging. Het hof onderzocht de toepasselijkheid van het groepsvermoeden uit artikel 2 lid 2 PSW Pro en artikel 7 lid 4 Pensioenwet Pro, en oordeelde dat de werknemer onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat hij tot een groep behoorde waarvoor een pensioenregeling gold. Sykes had slechts individuele afspraken gemaakt met enkele werknemers, zonder dat sprake was van een collectieve regeling.
Ook het vermoeden van verboden onderscheid in beloning werd verworpen, omdat de werknemer geen feiten had gesteld die wezen op discriminatie op grond van leeftijd, geslacht, handicap of andere beschermde gronden. Het hof oordeelde dat het beleid van Sykes om individuele afspraken te maken niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen pensioenregeling en geen schadevergoeding toekent.