ECLI:NL:GHAMS:2010:BP3794
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en voorwaarden bankgarantie in geschil rond conservatoire beslagen Schiphol
In deze zaak staat de beoordeling van een bankgarantie centraal die door Chipshol wordt gesteld ter vervanging van conservatoire derdenbeslagen die door de Luchthaven Schiphol zijn gelegd. Het geschil betreft onder meer de omvang van de garantie en de voorwaarden waaronder deze kan worden ingeroepen. Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten en stelt vast dat de garantie niet uitgebreid kan worden tot vorderingen waarvoor geen beslag is gelegd, zoals vorderingen op een derde partij, Groenenberg.
Het hof wijzigt het voorlopige uitgangspunt dat de bankgarantie pas na kracht van gewijsde van de uitspraak inroepbaar is. De garantie moet ook tussentijds kunnen worden ingeroepen bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis of arrest, om tussentijdse executie mogelijk te maken. Daarnaast bespreekt het hof de tekstvoorstellen van partijen voor de bankgarantie en wijst op enkele onduidelijkheden, waarbij Chipshol nog gelegenheid krijgt om zich uit te laten.
Verder oordeelt het hof dat de Luchthaven geen voldoende belang heeft bij de beslagen indien een toereikende bankgarantie wordt gesteld. Het hof behandelt ook bezwaren en amendementen van de Luchthaven en wijst nieuwe grieven af die in dit stadium niet aan de orde zijn. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken van Chipshol en eventueel reactie van Schiphol op het arrest van de Hoge Raad.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over de tussentijdse inroepbaarheid van de bankgarantie en de betekenis van het arrest van de Hoge Raad.