ECLI:NL:GHAMS:2010:BQ3483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding bij WOZ-waarde en onroerendezaakbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de WOZ-waarde van zijn woning en stelde beroep in tegen de aanslag onroerendezaakbelasting 2008. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, de WOZ-waarde verlaagd en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, waaronder taxatiekosten en griffierecht, maar had de vergoeding van verletkosten geweigerd.
In hoger beroep stond de omvang van de proceskostenvergoeding centraal, met name de vergoeding van taxatiekosten, de vraag of de BTW over deze kosten vergoed moest worden, en de toekenning van verletkosten voor het bijwonen van de zitting. Belanghebbende stelde dat hij recht had op vergoeding van BTW en verletkosten, ondanks zijn dienstbetrekking en aandeelhouderschap in de BV waar hij werkt.
Het Hof oordeelde dat de vergoeding van taxatiekosten forfaitair moet worden vastgesteld op basis van het Besluit tarieven in strafzaken, met een maximum van € 81,23 per uur, waardoor de vergoeding werd vastgesteld op € 731,01 voor 9 uur. De BTW wordt niet apart vergoed omdat de vergoeding forfaitair is. Daarnaast kende het Hof wel vergoeding toe voor verletkosten, tegen een maximum van 4 uur à € 53,09, oftewel € 212,36, omdat belanghebbende tijdverzuim had geleden door het bijwonen van de zitting.
Het Hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de proceskosten betrof, veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van in totaal € 1909,37 aan proceskosten en griffierecht, en bevestigde de overige onderdelen van de uitspraak. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het Hof kent een forfaitaire vergoeding toe voor taxatiekosten en verletkosten en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank over proceskosten.