ECLI:NL:GHAMS:2010:BX6290
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging tot doodslag met mes achter het oor
Op 18 februari 2009 stak de verdachte het slachtoffer met een mes achter het linker oor, een kwetsbaar deel van het lichaam, wat leidde tot een steekwond van 1,5 cm diep. Het hof achtte bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer door de steek zou overlijden.
De verdachte ontkende het steken met een mes en stelde dat hij het slachtoffer met een bierflesje had geslagen. Dit werd door het hof verworpen op basis van getuigenverklaringen en medische rapporten. Het hof verwierp ook het beroep op noodweer en noodweerexces, omdat niet aannemelijk was dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tijdens de proeftijd moet de verdachte zich houden aan aanwijzingen van de Brijder Verslavingszorg. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden wegens het schuldig maken aan een strafbaar feit binnen de proeftijd.
Het hof nam mee dat de verdachte spijt betuigde en zelf contact had opgenomen met een kliniek voor verslavingszorg, wat positief werd meegewogen bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag en bedreiging met een mes.