ECLI:NL:GHAMS:2011:2485

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2011
Publicatiedatum
30 april 2013
Zaaknummer
200.086.478
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:88 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tussenkomst in geschil over verkoop grond aan gemeente

In deze civiele procedure is een geschil aanhangig tussen appellant en de gemeente over de verkoop en levering van een perceel grasland te Volendam. Eiseres, voormalig echtgenote van appellant, stelt rechten te hebben op het perceel of de opbrengst daarvan op grond van huwelijkse voorwaarden en een echtscheidingsconvenant. Zij heeft de koopovereenkomst tussen appellant en de gemeente vernietigd en wenst zich te voegen aan de zijde van appellant of tussen te komen in het geding.

De gemeente verzet zich tegen deze tussenkomst omdat zij de rechten van eiseres niet erkent en meent dat zij geen partij hoeft te worden omdat afspraken met appellant mogelijk zijn. Het hof overweegt dat voldoende belang bestaat voor tussenkomst omdat een ongunstige uitkomst voor appellant ook de rechtspositie van eiseres kan schaden, ongeacht of haar aanspraken reeds vaststaan.

Verder is niet gebleken dat appellant en eiseres uiteenlopende belangen hebben, maar eiseres wenst een zelfstandig verweer te voeren. Het hof wijst daarom de subsidiaire vordering tot tussenkomst toe en houdt de beslissing over proceskosten aan tot de einduitspraak. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het hof staat eiseres toe tussen te komen in het geding en verwijst de zaak naar de rol voor verdere behandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonend te [woonplaats],
appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat:
mr. H.P. Abma, te Purmerend,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE EDAM-VOLENDAM,
met zetel te Volendam,
geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
advocaat:
mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, te Amsterdam,
en
[EISERES],
wonend te [woonplaats],
eiseres in het incident,
advocaat:
mr. H.M.A. over de Linden, te Amsterdam.
Partijen worden hierna aangeduid als [appellant], de gemeente en [eiseres].

1.Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 26 april 2011 is [appellant] in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Haarlem van 16 maart 2011 (nummer 166653/HA ZA 10-250), in deze zaak tussen [appellant] en de gemeente, met dagvaarding van de gemeente voor het hof tegen 10 mei 2011.
Bij rolbeslissing van 11 mei 2011 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over zijn ontvankelijkheid in hoger beroep.
[appellant] heeft een akte genomen.
De gemeente heeft een antwoordakte genomen.
Bij rolbeslissing van 28 juni 2011 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een memorie van grieven.
[eiseres] heeft vervolgens bij afzonderlijke memorie een incidentele vordering ingesteld.
[appellant] en de gemeente hebben geantwoord in het incident.
Ten slotte is op 9 augustus 2011 arrest gevraagd in het incident.

2. Geschil

2.1
Tussen de gemeente en [appellant] is een geschil aanhangig met betrekking tot de verkoop en levering van een perceel grasland aan de Zuidpolderzeedijk te Volendam, kadastraal bekend gemeente Edam, sectie C, perceel nummer 540. [appellant] is gehuwd geweest met [eiseres]. [eiseres] heeft aangevoerd dat zij krachtens huwelijkse voorwaarden en een met [appellant] gesloten echtscheidingsconvenant rechten heeft ten aanzien van het perceel, althans de opbrengst daarvan. Zij meent verder dat bij de verkoop van het perceel is gehandeld in strijd met artikel 1:88 BW Pro, in verband waarmee zij bij exploot van 3 mei 2011 aan de gemeente heeft aangezegd dat de tussen [appellant] en de gemeente gesloten koopovereenkomst werd vernietigd. Zij heeft daarvan voorts mededeling gedaan aan [appellant]. Op grond van het een en ander neemt [eiseres] aan dat zij recht en belang heeft zich te voegen aan de zijde van [appellant]. Voor zover mocht blijken dat [appellant] het gemeenschappelijk belang niet (voldoende) ondersteunt, wenst zij tussen te komen.
2.2
De gemeente heeft zich tegen voeging en tussenkomst verzet. Zij heeft aangevoerd dat de beweerde rechten van [eiseres] haar niet bekend waren en behoefden te zijn. Zij meent verder dat [eiseres] onvoldoende duidelijk heeft gemaakt in welke rechten zij dreigt te worden benadeeld. Bovendien is volgens de gemeente niet nodig dat [eiseres] als partij in deze procedure optreedt, omdat zij met [appellant] afspraken kan maken over de procesvoering.
2.3 [
appellant] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

3.Beoordeling

3.1
Bij voeging of tussenkomst bestaat voldoende belang indien een uitkomst van de procedure tussen de gemeente en [appellant] die ongunstig is voor [appellant], de rechtspositie van [eiseres] ongunstig kan beïnvloeden. Gelet op de aanspraken die [eiseres] stelt te hebben ten aanzien van het perceel, althans de opbrengst daarvan, is daarvan sprake.
Niet doorslaggevend is dat die aanspraken in rechte (nog) niet vaststaan of naar de mening van de gemeente nog niet voldoende duidelijk zijn. De omstandigheid dat [eiseres] er ook voor zou kunnen kiezen afspraken met [appellant] te maken over de procesvoering, maakt het voorgaande niet anders. Ook voor het overige is niets aangevoerd dat aan voeging of tussenkomst in de weg staat.
3.2
Niet is gebleken dat [appellant] en [eiseres] in deze zaak een uiteenlopend belang hebben of een andere uitkomst van het geding beogen. Uit de stellingen van [eiseres] blijkt echter dat zij een zelfstandig verweer tegen de vorderingen van de gemeente wenst te voeren en een zelfstandige grondslag heeft voor toewijzing van de reconventionele vorderingen van [appellant], te weten de door haar ingeroepen vernietiging van de tussen [appellant] en de gemeente gesloten koopovereenkomst. Daarbij komt dat niet is uit te sluiten dat op enig moment de belangen van [appellant] en [eiseres] uiteen zullen gaan lopen. Dat brengt mee dat er reden is de subsidiaire vordering tot tussenkomst toe te wijzen.
3.3
Gelet op het voorgaande zal de vordering tot tussenkomst worden toegewezen.
Het hof zal de beslissing over proceskosten in het incident aanhouden tot de einduitspraak.
De kosten worden voor alle partijen begroot op € 894,- voor salaris van de advocaat.

4.Beslissing

Het hof:
4.1
in het incident
- staat [eiseres] toe tussen te komen in het geding;
- houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak;
- begroot die kosten tot heden voor alle partijen op € 894,- voor salaris van de advocaat;
4.2
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 27 september 2011 voor memories van grieven aan de zijde van [appellant] en [eiseres];
- houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, J.H. Huijzer en W.J. van den Bergh en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 16 augustus 2011.