ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2600
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inkomsten- en vermogensbelasting en vergrijpboetes over jaren 1999-2001
Deze zaak betreft hoger beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting, vermogensbelasting en opgelegde vergrijpboetes over de jaren 1999 tot en met 2001. Belanghebbende was enig aandeelhouder en bestuurder van [Y] BV en [C AG], waarbij het Hof aannemelijk acht dat hij winstuitdelingen aan zichzelf heeft onttrokken via onzakelijke transacties met een Zwitserse vennootschap.
De rechtbank had eerder de aanslagen verminderd en boetes verlaagd, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en stelt de aanslagen en boetes opnieuw vast, met een lagere boete dan oorspronkelijk opgelegd. Het Hof baseert zich op de centrale rol van belanghebbende bij de constructie en de bewustheid van de onzakelijke aard van de transacties.
Daarnaast oordeelt het Hof dat de inspecteur terecht boetes heeft opgelegd ondanks eerdere strafrechtelijke onderzoeken, en dat er geen sprake is van dubbele bestraffing. De vermogensbelasting wordt eveneens verminderd op basis van een herberekening van het vermogen.
De kosten van het beroep worden aan de inspecteur opgelegd, terwijl vergoeding van kosten van de bezwaarfase wordt afgewezen wegens niet tijdig verzoek. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 6 januari 2011.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en vermindert de aanslagen en boetes over de jaren 1999-2001, waarbij winstuitdelingen aan belanghebbende worden vastgesteld en boetes worden verminderd tot 17%.