ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2612
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging van uitnodigingen tot betaling wegens schending verdedigingsbeginsel
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging was geschonden bij het opleggen van twee uitnodigingen tot betaling (utb’s) door de inspecteur van de Belastingdienst aan belanghebbende. De utb’s betroffen aanzienlijke bedragen aan antidumpingheffing, douanerechten en omzetbelasting over de periode 2002-2006.
Belanghebbende was niet vooraf in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de feiten en elementen waarop de utb’s waren gebaseerd, waaronder onderzoeksrapporten en factuurvergelijkingen die wezen op een te lage douanewaarde. Het Hof oordeelde dat dit een schending van het verdedigingsbeginsel vormt, zoals bevestigd door jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en dat deze procedurele fout niet zonder meer kan worden genegeerd.
De inspecteur stelde dat de utb’s om proceseconomische redenen niet vernietigd behoefden te worden, omdat ze opnieuw konden worden opgelegd met inachtneming van de verdedigingsrechten. Dit verweer werd verworpen door het Hof, dat stelde dat het recht om vooraf te worden gehoord een fundamenteel beginsel is dat niet kan worden vervangen door een latere bezwaarfase.
Daarnaast oordeelde het Hof dat voor de aangiften uit 2002 en 2003, gezien de verjaringstermijn, geen nieuwe utb’s meer kunnen worden opgelegd. De rechtbankuitspraak die de utb’s vernietigde werd bevestigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de vernietiging van de uitnodigingen tot betaling wegens schending van het verdedigingsbeginsel.