ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2947
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Matiging van schadevaststellingsbeding in consumentenkoopovereenkomst wegens bovenmatige annuleringskosten
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een schadevaststellingsbeding van 25% van de koopsom inclusief btw bij annulering van een consumentenkoopovereenkomst redelijk was. Appellanten hadden de overeenkomst voor levering en plaatsing van een kunststofpui en andere materialen geannuleerd, waarna Knipping een bedrag van €2.268,75 in rekening bracht op grond van het beding in de algemene voorwaarden.
Appellanten voerden aan dat bij annulering telefonisch was bevestigd dat dit kosteloos kon, dat Knipping haar schade niet had onderbouwd en dat de vergoeding onredelijk was omdat nog geen uitvoering was gegeven. Het hof oordeelde dat de stelling over kosteloze annulering voldoende was betwist maar niet bewezen, en dat Knipping de winstderving niet concreet had onderbouwd.
Gelet op het consumentenkarakter van de overeenkomst, het vermoeden van onredelijkheid van het beding en de hoogte van de schadevergoeding achtte het hof matiging op grond van artikel 6:94 BW Pro geboden. Het beding werd gematigd tot een vergoeding van €500. De contractuele rente van 1% per maand over de openstaande bedragen en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen, omdat deze redelijk en onderbouwd waren.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover appellanten tot betaling van €8.532,37 waren veroordeeld en veroordeelde hen tot betaling van €500 plus €5.150,70 vermeerderd met rente, en €1.112,92 aan incassokosten. Appellanten werden in de proceskosten in hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hof matigt de annuleringsvergoeding tot €500 en wijst daarnaast contractuele rente en incassokosten toe.