ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3542
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag onroerende-zaakbelasting wegens ontbreken gebruik onroerende zaak door belanghebbende
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vastgoed-BV die eigenaar is van een onroerende zaak, werd aangeslagen voor onroerende-zaakbelasting (OZB) wegens gebruik van het pand. De heffingsambtenaar stelde dat sprake was van gebruik omdat belanghebbende de onroerende zaak feitelijk gebruikte, onder meer door opslag van inventaris en het aanvragen van horecavergunningen.
De rechtbank wees het beroep af, stellende dat het pand niet leeg stond en dat opslag van inventaris gebruik oplevert. In hoger beroep oordeelt het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het pand zelf gebruikte. De enkele aanvraag van vergunningen voor een toekomstige huurder en het eigendom via de BV leiden niet tot gebruik door belanghebbende zelf.
Het Hof overweegt dat opslag van eigendom van de BV door belanghebbende geen gebruik is en dat het pand als belegging werd aangehouden. Daarom wordt de aanslag vernietigd, evenals de uitspraak op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank. Tevens worden kosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De aanslag onroerende-zaakbelasting wordt vernietigd omdat belanghebbende de onroerende zaak niet zelf gebruikte.