ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Te late klacht over ondeugdelijke fundering van aanbouw leidt tot afwijzing schadevergoeding
In deze civiele zaak stond centraal of appellanten tijdig hadden geklaagd over gebreken aan de fundering van een aanbouw die door geïntimeerden was gerealiseerd. Na problemen met deuren in 2005 en zichtbare gebreken in het najaar van 2007, werd pas in juli 2008 schriftelijk geklaagd over verzakkingen en ondeugdelijke fundering.
De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding af wegens overschrijding van de klachttermijn zoals bedoeld in artikel 6:89 BW Pro. Appellanten stelden in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met hun omstandigheden, zoals hun bouwkundige onbekwaamheid, de ernst van de ziekte van een van hen en het ontbreken van nadeel voor geïntimeerden door de late klacht.
Het hof oordeelde dat de klachten al in het najaar van 2007 kenbaar waren en dat de klachttermijn op 28 juli 2008 was verstreken. De gestelde ziekte was onvoldoende gespecificeerd om verlenging van de termijn te rechtvaardigen. Ook was geen sprake van nadeel voor geïntimeerden door de late klacht. Het bewijsaanbod van appellanten werd gepasseerd wegens onvoldoende specificatie.
Daarmee werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en werden appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de klachttermijn was verstreken en wijst de vordering tot schadevergoeding af.