ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen perceel grond bij verkoop en fiscale gevolgen
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden een stierenmesterij en kochten in 1996 een perceel weiland dat zij vanaf aankoop tot staking van de onderneming in 2000 binnen de onderneming gebruikten. Na een belastingcontrole werd het perceel vanaf 1998 als ondernemingsvermogen verantwoord, hoewel het aanvankelijk als privévermogen was opgegeven.
De inspecteur stelde dat het perceel verplicht ondernemingsvermogen was, terwijl belanghebbende betoogde dat het keuzevermogen betrof en dat het perceel uit privé-overwegingen was aangekocht. Het hof oordeelde dat het perceel, gezien het ongewijzigde gebruik binnen de onderneming en het voorkeursrecht bij aankoop, niet tot het privévermogen behoort.
Verder stelde belanghebbende zich op het standpunt dat slechts 40% van de winst belast zou moeten worden op grond van een afspraak uit 1997, maar het hof oordeelde dat deze afspraak niet meer geldt onder de Wet IB 2001. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het perceel behoort tot het ondernemingsvermogen en het behaalde resultaat uit verkoop wordt als winst uit onderneming belast.