ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5405
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en toepasselijkheid arbitragebeding in architectenovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van de vordering van de geïntimeerde tegen de appellante, waarbij een arbitragebeding in de algemene voorwaarden (SR 1997) van toepassing werd geacht. De geïntimeerde had de appellante gedagvaard voor een vrijwaringsvordering met betrekking tot gebreken aan een retailcenter.
De appellante stelde zich op het standpunt dat het arbitragebeding in de SR 1997 van toepassing was, zoals opgenomen in de opdrachtbevestiging en declaraties. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde de opdrachtbevestiging had ondertekend en daardoor redelijkerwijs bekend was met de toepasselijkheid van de SR 1997 inclusief het arbitragebeding. Tevens was de geïntimeerde bijgestaan door een deskundige die bekend was met deze voorwaarden.
Het hof verwierp het beroep van de geïntimeerde op vernietigbaarheid van het arbitragebeding wegens onbekendheid. Ook het argument dat de civiele rechter vanwege proces- en proceseconomische redenen bevoegd zou moeten zijn, werd verworpen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd, met veroordeling van de geïntimeerde in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank werd onbevoegd verklaard wegens toepasselijkheid van het arbitragebeding; het vonnis van de rechtbank werd vernietigd.