ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete wegens niet voldoen aan bestelauto-eisen door kunststof overkapping
Belanghebbende gebruikte een motorrijtuig met dubbele cabine waarvoor hij motorrijtuigenbelasting betaalde volgens het bestelautotarief. Bij controle bleek het voertuig voorzien van een kunststof overkapping over de laadbak met een interne hoogte van slechts 106 cm, terwijl de wet een minimale hoogte van 130 cm vereist.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens het niet voldoen aan de inrichtingseisen voor bestelauto's. Belanghebbende voerde aan dat de overkapping eenvoudig te verwijderen was en verwees naar jurisprudentie waarin een huif van zeildoek niet leidde tot wijziging van de belastingcategorie.
Het Hof oordeelde dat de kunststof overkapping een dichte laadruimte creëert die niet vergelijkbaar is met een open laadbak en dat de wettelijke hoogte-eis niet wordt gehaald. Het beroep op de Leidraad BPM en het herstelbeleid faalde, evenals het beroep op het vermeende RDW-beleid. De boete werd passend geacht ondanks de complexiteit van de regelgeving.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.