ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete en aanslag wegens onredelijke schatting en termijnoverschrijding bij buitenlandse banktegoeden
Belanghebbende werd door de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over 2002, inclusief een boete van 100% wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxemburg. De rechtbank had de boete verminderd tot €3.849, maar het hoger beroep richtte zich op de redelijkheid van de schatting van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, de hoogte van de boete en de heffingsrente.
Het Hof oordeelde dat de schatting van het vermogen op basis van gegevens van eerdere jaren en derden een grote onzekerheidsmarge kende, waardoor een matiging van de boete tot 80% gerechtvaardigd was. Daarnaast werd rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van 16 maanden, wat een verdere vermindering van 15% rechtvaardigde, resulterend in een boete van 68%.
Verder stelde het Hof het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vast op €5.445, na correctie van de factor 1,5 in de schatting. De aanslag op het belastbare inkomen uit werk en woning werd verminderd tot €10.354, waarbij de boete over dit inkomen verviel. De heffingsrente werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van beperkte proceskosten. De vordering tot schadevergoeding wegens vermeende arbeidsongeschiktheid werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot 68% en de aanslag aangepast, heffingsrente wordt vernietigd, schadevergoeding afgewezen.