ECLI:NL:HR:2008:BC1962
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over omkering bewijslast en boetebeschikking in belastingzaak
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd over de jaren 1992-1998 wegens niet aangegeven inkomsten uit een trust en onttrekkingen aan de boedel van overleden echtelieden. Het hof verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond, waarbij het oordeelde dat belanghebbende in 1993 een aanzienlijk bedrag had onttrokken en in latere jaren rendementsinkomsten niet had aangegeven, wat leidde tot omkering van de bewijslast.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering, met name dat het niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de jaren na 1993 een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag aan inkomsten niet is verantwoord. Ook is het onduidelijk of het hof van de juiste juridische opvatting is uitgegaan omtrent de omkering van de bewijslast en de toepassing daarvan op rendementsinkomsten.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat bij de beoordeling van vergrijpboetes de feitelijk geheven belasting als grondslag geldt, ook als deze is vastgesteld met toepassing van omkering van de bewijslast. De inspecteur moet echter wel bewijzen dat sprake is van opzet of grove schuld. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest, behoudt beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.